Op veel aanrechten staat een hele rij apparaten: een koffiezetter, een broodrooster, een waterkoker, een blender en soms een keukenmachine. Elk apparaat is op zichzelf handig, maar samen nemen ze de werkruimte in beslag. Wie op een vol aanrecht wil koken, moet eerst rommel wegschuiven. Door bewust te kiezen wat blijft staan, krijg je meer ruimte en een rustiger keuken.
Gebruik als maatstaf
Een eenvoudige vuistregel is dat een apparaat alleen op het aanrecht hoort te staan als je het vrijwel dagelijks gebruikt. Voor veel mensen zijn dat de koffiezetter en de waterkoker. Alles wat je een paar keer per week gebruikt, mag in een lage kast of la vlakbij, zodat je het snel kunt pakken. Apparaten die je maar af en toe nodig hebt, horen hoger of verder weg.
Denk aan stopcontacten
Vaak bepalen de stopcontacten waar apparaten staan. Zet de apparaten die stroom nodig hebben bij elkaar, zodat de snoeren niet kriskras over het aanrecht lopen. Rol lange snoeren netjes op, of leg ze achter het apparaat. Kijk ook of de plek veilig is: niet vlak naast de spoelbak en niet onder een kastje waar stoom tegenaan slaat.
Een vaste plek in de kast
Apparaten die niet op het aanrecht blijven, hebben een eigen plek nodig. Een lade of een stevige plank is ideaal, zodat je ze zonder tillen kunt pakken. Zet het snoer en de losse onderdelen erbij in een bakje. Wie een apparaat vaak nodig heeft, maar het toch niet wil laten staan, kan een uitschuifbare plank gebruiken, zodat je het apparaat gewoon naar voren kunt trekken.
Maak het werkblad weer werkblad
Een leeg stuk aanrecht is niet verspilling, maar de plek waar je kunt snijden, kneden en opscheppen. Laat minstens een deel vrij, en zorg dat het schoon blijft. Wie zijn apparaten bewust kiest, merkt snel dat de keuken groter aanvoelt. Schoonmaken gaat bovendien sneller, want je hoeft minder op te tillen en te verschuiven. Probeer het uit, en kijk of je echt iets mist. Zo heb je ook meer plek voor de groente die je die dag wilt snijden.